Het ‘digitaal uitlezen’ van je lustgevoelens, je pincode of de koopdrang in je hersenen: het is geen sciencefiction meer. Dit is het moment om de grenzen van de privacy vast te stellen, zo waarschuwen hersenonderzoekers. Voor het te laat is. Want ‘braintech’ wordt straks big business.

‘Ligt u gemakkelijk?’ vraagt de laborant door een microfoon.
‘Gaat wel,’ klinkt het uit een speaker.
Uit de opening van een mri-scanner – een levensgrote witte donut met een soort brancard in het midden – steken twee benen. De stem die bij het lichaam hoort is van een vrouw.

Tussen de machine en de mensen die hem bedienen staat een goed geïsoleerde wand. Toch mag ik hier alleen staan kijken nadat ik een verklaring heb ondertekend: ‘In mijn lichaam zitten geen metalen onderdelen’. De elektromagneten van een mri-scanner zijn zo sterk, vertelt een laborant, dat een prothese of een piercing van zijn plaats worden getrokken. Volgens een andere wetenschapper is dat onzin: je wordt alleen ‘tegen het apparaat aangeplakt’. Ik maak me vooral zorgen om de isolatiewand die er dan nog tussen zit.

Het apparaat brengt een bijzondere activiteit van het brein in beeld: de emotie. Achter de knoppen staan geen medici. De laboranten werken bij Neurensics, een bureau voor marktonderzoek. Er is wel een relatie met de wetenschap. Het bedrijf zit in een gebouw van de Universiteit van Amsterdam (UvA), twee van de oprichters werken aan de UvA en de scanner wordt gehuurd van de UvA.

Meestal worden hier commercials getest, om te zien of een verwachte emotie ook werkelijk wordt opgewekt. En soms een verkiezingswijsheid, zoals de meest effectieve kleur stropdas voor een politicus (rood geeft gezag, blauw brengt gevoelens van betrokkenheid om zeep). Maar vandaag niet. Het proefkonijn in de machine doet mee aan een wetenschappelijke test. Neurensics hoopt in deze test het verloop van een emotie vast te leggen. Tot nu toe kan het alleen een momentopname maken.

24 emoties

‘Wilt u uw hoofd helemaal stil houden en proberen niet te kuchen,’ zegt de laborant. Er klinkt direct een harde kuch. Dan gaat de scanner aan. Voor de vrouw erin is de herrie oorverdovend, daarom draagt ze een grote koptelefoon. Aan deze kant van de wand is het geluid gereduceerd tot zacht gebrom.

Op een scherm kunnen we zien waar de vrouw op haar eigen scherm naar kijkt. Seks. Eten. Humor. Horror. Nog meer seks. Julia Roberts eet spaghetti, een kat springt mis, iemand tuigt een voorbijganger af op straat, survival-expert Bear Grills eet een rauw hart. Het zijn steeds videofragmenten van een paar seconden, direct achter elkaar gemonteerd. De beelden moeten 24 soorten emoties opwekken bij de vrouw. Elk van die emoties correspondeert met een andere plek in haar brein. De onderzoekers spreken liever niet van een ‘plek’, maar van een ‘samenhang van structuren’, want emoties zijn net zo gecompliceerd als het brein zelf.

Een computerscherm toont intussen de hersenen van de vrouw in de machine, in zwart-wit. Allerlei delen lichten op en doven weer uit. Bij een foto van dode baby-pinguïns lichten andere hersengebieden op dan bij een filmpje van een man en een vrouw die elkaar uitkleden in een roes van zweet en lipgloss.

Het geeft een onbehaaglijk, voyeuristisch gevoel, dat staren naar het oplichtende brein van de vrouw in de donut. Geniet ze stiekem van die afranseling? Vindt ze seks met een man afstotelijk? Prikkelen dode dieren of rauw vlees haar angstgevoelens?
‘Dit is natuurlijk erg privé’, zegt een laborant, ‘Daarom kennen wij niet de identiteit van de persoon in de machine.’

‘Erg privé’ klinkt in dit verband als het understatement van de eeuw. Hier sneuvelt de laatste verdedigingslinie in de strijd om privacy. Een strijd die we verliezen. Onze hersenen zijn niet langer een ondoordringbare vrijplaats voor gevoelens en ideeën. Dat idee eindigt bij deze machine en de kennis over oplichtende delen van ons brein.

Na analyse van alle data blijkt het experiment geslaagd. ‘Dit betekent’, vertelt Walter Limpens van Neurensics, ‘dat we bij het testen van tv-commercials kunnen zien welke plezierige of onplezierige gevoelens in de loop van de tijd veranderen. Zo kunnen we beter zien welke elementen goed of slecht worden gewaardeerd.’

Brain quote

Angstpatronen activeren

Volgens Victor Lamme, mede-oprichter van Neurensics en hoogleraar neurowetenschappen aan de UvA, is dit systeem een stuk betrouwbaarder dan het klassieke marktonderzoek, waarbij mensen wordt gevraagd of ze een product zullen kopen. Hij zegt: ‘Er is zelden een relatie tussen wat mensen zeggen dat ze van plan zijn, en wat ze werkelijk doen. In een enquête kunnen mensen zéggen dat ze het product zullen kopen, maar onze scans voorspellen nauwkeurig of ze het zullen dóen.’ Neurensics kan inmiddels 24 typen emotie van elkaar onderscheiden op een hersenscan.

Naast bekende emoties komen er ook onverwachte reacties aan het licht. Zoals het effect van een onduidelijke boodschap. Als iemand een commercial niet snapt, wordt het angstpatroon in de hersens geactiveerd. ‘De verklaring zou kunnen zijn’, zegt Lamme, ‘dat onduidelijkheid hetzelfde gevoel opwekt als onzekerheid. En onzekerheid wakkert angst aan. Dat is al vroeg in de evolutie ontstaan.’

Onze emoties kunnen ons ook flink om de tuin leiden, zeker in handen van reclamemakers. ‘Mensen die gouden bergen beloven, worden sneller vertrouwd’, zegt Lamme. ‘Dat komt doordat vertrouwen, net als hebzucht, voortkomt uit delen van ons brein die gaan over de zoektocht naar beloning.’

Heel praktisch is dit onderzoek nog niet. Neurensics kan veel emoties blootleggen, maar alleen bij iemand die bereid is om in de grote donut te gaan liggen. De gedroomde volgende stap is het creëren van een algoritme op basis van inzichten uit de hersenscans. ‘Als je met kunstmatige intelligentie het gedrag van mensen kunt voorspellen’, zegt Lamme, ‘dan heb je het echt begrepen. Dat lukt al goed met het onderwerp aandacht. Wij kunnen nu betrouwbaar voorspellen waar iemand het eerst naar kijkt bij een foto, een filmpje of een krantenpagina.’

De snelheid waarmee hersenonderzoek in de praktijk wordt gebracht is voor veel mensen beangstigend. Dat lijkt moeilijk voorstelbaar bij Neurensics. Een proefpersoon gaat vrijwillig in de scanner liggen. Het apparaat onthult emoties en manipuleert ze niet. Maar het is een nieuw, snelgroeiend terrein. Buiten de wetenschap, waar doorgaans ethische commissies meekijken, bestaan nog geen ethische of juridische spelregels.

Een stevige waarschuwing kwam eind vorig jaar van de Oeso, de club waarin 35 rijke landen hun economische beleid bespreken. Hersenziektes en mentale aandoeningen kunnen steeds beter worden behandeld, dankzij de samenwerking tussen biotechnologen, nanotechnologen, informatietechnologen, medici en ontwerpers van draagbare apparatuur. Maar wat lukt in het lab, blijft niet in het lab. Daardoor ‘vervagen’ de grenzen, schrijft de denktank: ‘Het gebruik van neurotechnologische apparatuur buiten de medische context is in opmars’. Zoals apparaten die mensen op hun hoofd zetten om hun hersencellen te prikkelen. Ze hopen daardoor slimmer te worden, of betere fysieke prestaties te leveren. Vooral burgers en alternatieve subculturen (de Oeso noemt ze ‘amateur gemeenschappen’) bouwen en verkopen apparaten voor hersenstimulatie.

Pincode ontfutselen

Brain quote 2Ook marktonderzoekers voorspellen een grote toekomst voor ‘braintech’. De komende vijf jaar, zo verwacht researchbureau Evaluate in zijn nieuwste ‘Med Tech World Preview’, groeit de mondiale markt voor neurologische apparaten met 7,8% tot $11,2 mrd. Daarmee is neurologie de snelstgroeiende markt voor medische apparaten, binnen én buiten het ziekenhuis. Vorig jaar fuseerden twee ‘kraamkamers’ voor start-ups in de hersentechnologie: het Israëlische Brainnovations en het Amerikaanse Neurolaunch. Samen hopen ze meer geld van investeerders aan te trekken dan apart.

De Oeso roept daarom op tot een maatschappelijk debat: met welke regulering is misbruik te voorkomen? Wie bepaalt wat hersenen normaal gesproken horen te doen? Kan het ‘verbeteren’ van hersenfuncties leiden tot oneerlijke verschillen tussen mensen of tot discriminatie? Mogen ouders zomaar middelen toedienen aan hun eigen kinderen waardoor ze betere school[prestaties leveren, of is dat hetzelfde als sportdoping?

Dezelfde geluiden komen uit de hersenwetenschap. Pim Haselager, universitair hoofddocent in Nijmegen, waarschuwt voor neurohacking: met een badmuts vol elektroden kunnen simpele maar grote geheimen worden ‘gelezen’. Hij zegt: ‘Het werkt nog niet perfect, maar er zijn al voorbeelden van neurohacking waarbij informatie kan worden ontfutseld over een bankrekening, een creditcard of een pincode.’

Haselager wijst vooral op de kwetsbaarheid van de ‘brain-computer interface’: een hoofdkapje met elektrodes dat via een bundel kabels op een computer is aangesloten. Vooral populair bij gamers die zonder muis en toetsenbord willen spelen. Zo’n apparaat, zeker als het slecht is beveiligd tegen hackers, maakt een nieuw type criminaliteit mogelijk, zegt hij: ‘neurocrime’. Het stelen van informatie uit ons hoofd.

Als we elkaar spreken in een Amsterdams café, tijdens de pauze van een congres, relativeert Haselager zijn waarschuwing. Dit vakgebied – de manier waarop hersens een beslissing nemen – staat nog in de kinderschoenen. ‘Het is de vraag’, zegt hij, ‘of de algoritmes van Amazon niet veel effectiever zijn in het voorspellen van menselijk gedrag, dan al het neuro-onderzoek tot zover.’ Dat komt vooral doordat mensen zulke onbetrouwbare studieobjecten zijn: ‘Je kunt ze van alles vragen over wat ze van plan zijn, maar het is voor mensen simpelweg heel moeilijk om ergens iets van te vinden. Om een mening te hebben. We weten meestal niet zo precies waarom we iets doen. En we zijn allemaal politici: we doen ons best om aardig gevonden te worden. In enquêtes spreken we dus niet de waarheid.’

Tegelijk vindt hij dat we nú moeten bespreken wat acceptabel is. De privacy staat op het spel, vind Haselager. Vooral wanneer mensen zich niet bewust zijn dat ze worden ‘gelezen’, of wanneer het tegen hun zin gebeurt. ‘Als we er pas over discussiëren wanneer deze technologie is ingevoerd, dan zijn we te laat.’

Neurensics-oprichter Victor Lamme blijft laconiek onder al die ethische vragen. Hij heeft sowieso geen hoge dunk van het brein. Hij zegt het moment te verwelkomen dat de computer het overneemt van de mens: ‘Als mensen zichzelf kunnen verbeteren door zich aan te sluiten op een computer, zoals Elon Musk dat wil met zijn bedrijf Neuralink, dan zou dat helpen. De evolutie gaat te langzaam. Het brein is geschikt voor de overzichtelijke wereld van een miljoen jaar geleden, maar niet voor de complexe wereld van nu.’

Ook de ‘mind-meld’ tussen twee ratten op verschillende continenten ziet Lamme nog wel bij mensen gebeuren. Bij dit experiment uit 2013 van hersenonderzoeker Miguel Nicolelis reageerde de ene rat op de elektrische prikkels die werden afgegeven door de andere rat.

‘Waarom?’
Lamme haalt zijn schouders op.
‘Omdat het kan.’

 

Bron: Het Financieele Dagblad 

Neurensics © 2018 | Site by: EYEFUN